maandag 18 juni 2018

Fresita kookt: halloumifrietjes met fattoush

Volgens nog niet goedgekeurde richtlijnen zou er voor de titel van dit bericht in hoofdletters "RECLAME" moeten komen te staan. Uitgeverij Gottmer heeft mij namelijk het kookboek "De Flexitariër" opgestuurd. Zo werkt dat met "influencers". Ik word niet betaald om te bloggen, maar af en toe krijg ik wel eens iets. In mijn geval zijn dat meestal boeken, maar ik heb ook al wel eens speelgoed gekregen (van Playmobil en van Lidl) en kledij (van JBC). Ik schrijf daar, vrijblijvend zelfs, een review over. Dus soms schrijf ik er zelfs niets over. Als ik het gekregen product toch niet zo leuk vind, of niet bij ons vind passen. Ik heb geen contract getekend waarin hoeveel ik moet schrijven, dat dat positief moet zijn of hoeveel mensen ik hiermee moet bereiken. Ik lees persberichten en catalogi van uitgeverijen, kijk wat me interesseert en vraag dan of we misschien kunnen samenwerken. Rijk word ik daar niet van, verre van. Maar er komen wel wat spullen in huis waar ik blij van word (whiiiii - boeken!!) en daar wil ik dan gerust wat reclame voor maken. Voor wat hoort wat. Dus bij deze: dit stuk is reclame. Want ik mag dat boek houden.



Ik hoop dat die regels er niet echt komen, zo streng. Dat er echt "RECLAME" voor moet staan, want erg mooi ziet dat er niet uit. Hoewel ik natuurlijk ook wel eerlijk tegenover jullie wil zijn. Maar dat kan ook wel op een esthetischere manier denk ik. Hoe dan ook. We zien wel. Dit is dus alvast reclame, voor het boek "De Flexitariër" van Uitgeverij Becht.



en nu dus: ik maakte halloumifrietjes met fattoush en dat was megalekker. En nog instagramwaardig ook.



De flexitariër is een boek met vegetarische recepten, maar bij elk recept staat wat je er eventueel van vlees of vis zou kunnen bij doen. Fijn voor de variatie. Ik vind het bijvoorbeeld handig om eten te maken voor twee dagen, en dan is het leuk om het de tweede dag net iets anders te eten.

Halloumi is hier sowieso een topper, maar ik had er nog nooit frietjes van gemaakt. Een aanrader.


Het recept:

ingrediënten voor vier personen:
  • zonnebloemolie om in te frituren
  • 375 g halloumi
  • 2 el bloem
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl sumak
  • 1 pittabroodje of een platbrood
  • olijfolie
  • 1/2 krop sla
  • 3 tomaten
  • 1/4 komkommer, gehalveerd en zaadlijsten verwijderd
  • 75 g radijsjes, gehalveerd of in vieren
  • 3 lente-uitjes gesnipperd
  • klein bosje peterselie, fijngehakt
  • klein bosje munt, fijngehakt
  • sap van 1/2 citroen
  • zeezout en versgemalen zwarte peper
  • 2 el granaatappelpitten
  • 1 el granaatappelmelasse
  • 4 el yoghurt
(opmerking: ik had geen sumak en geen melasse in huis, en het smaakte zonder ook al goed!).

bereiding
  • verwarm de oven voor tot 200°C
  • bestrijd het brood met olijfolie en bak het in 15 minuten goudbruin en knapperig. Laat afkoelen en breek in kleine stukjes.
  • Snijd sla, tomaten en komkommer in stukjes. Doe ze samen met radijsjes, lente-uit, peterselie en munt in een kom. Voeg citroensap, een flinke scheut olijfolie, zout en peper toe en schep alles goed door elkaar. Zet de fattoush aan de kant terwijl je de halloumi-frietjes bereidt.
  • Vul een pan of friteuse voor maximaal een derde met zonnebloemolie. Verwarm deze tot 180°C. De olie is heet genoeg als een klein stukje brood in de olie in 30 seconden goudbruin kleurt.
  • Snijd intussen de halloumi in frietjes. Meng bloem met paprikapoeder en hussel hier de halloumi doorheen. Bak de frietjes in porties in een paar minuten goudbruin. Laat uilekken op keukenpapier, verdeel over de borden en bestrooi met sumak.
  • Schep de stukjes pitabrood door de fattoush. Bestrooi de fattoush met granaatappelpitjes en besprenkel met melasse en yoghurt.


Als flexi-variant kan je er gefrituurde sardines aan toevoegen. Die maak je door 8 schoongemaakte sardines zonder kop met het bloemmengsel te bestuiven en ze 2-3 minuten te frituren. Niet geprobeerd, maar ongetwijfeld verrukkelijk.







Dit recept komt dus uit het kookboek "De flexi-tariër - de lekkerste recepten voor parttime vegetariërs" van Jo Pratt. Het is uitgegeven bij Becht.




donderdag 7 juni 2018

de mini's lezen een boek: Mijn zusje heeft het kleinste huis


"Mijn zusje heeft het kleinste huis" van Marjet Huiberts en Merel Eyckerman is een schattig voorleesboek voor peuters en kleuters. 


Het is een opsomming van de verschillende manieren waarop mensen kunnen wonen (een villa, een caravan, een woonboot, een flatje...) en van verschillende gezinsvormen (heterokoppels, alleenstaanden, kinderloze koppels, grote gezinnen, een suggestie van een lesbisch koppel...).



Het is prachtig geïllustreerd met de lieve tekeningen van Merel Eyckerman (waarvan ook "Jij tussen vele anderen").


En bovendien is het een verhaal over zwangerschap. Want het zusje uit de titel, dat woont in mama's buik. Een mooi boek voor alle peuters en kleuters, maar misschien vooral een tof cadeautje voor wie er een broertje of zusje bij krijgt. 


"Mijn zusje heeft het kleinste huis" van Marjet Huiberts en Merel Eyckerman is uitgegeven bij Gottmer. Ik heb dit boek gekregen van de mensen van de uitgeverij, omdat zij weten dat ik graag over kinderboeken schrijf. Dat zou je "reclame" kunnen noemen. 


zaterdag 19 mei 2018

Fresita dicht: Droom maar kleintje




Droom maar kleintje
jij hoeft nog niet te weten
dat meisjes als wij
nooit prinsessen worden.

Dat je niet àlles kan worden wat je wil
als je je best maar doet
en dat je hart nog vaak zal breken.

Droom maar kleintje
dat er grenzen zijn
en schuldig verzuim
en menstruatiepijn
dat leer je later wel.

Nu mag nog even alles roze
en bergen kaas op je spaghetti.
Nu nog even is het grote boze
de wolf en de heks
en je kapotgevallen knie.







(deze prinses werd vorige week vijf!)

zaterdag 5 mei 2018

#meiplasticvrij: wij doen mee! Mijn eerste bevindingen

De hoeveelheid plastic die ons huishouden genereert, het is me al lang een doorn in het oog. We hebben de mogelijkheid om plastic apart naar het containerpark te brengen, het hoeft dus niet bij het restafval. Om de paar weken hebben wij een gigantische zak vol, en dat had ik graag anders gezien.

Maar als je in de supermarkt biologische groenten en fruit koopt, zijn die haast altijd in plastic verpakt. En het broodbeleg zit ook verpakt in gruwelijk veel plastic.



Toen ik hoorde over #meiplasticvrij besloot ik onmiddellijk dat ik hieraan wilde meedoen. Onze bijna vijfjarige Jackie is enthousiast en bedacht zelf al een paar fijne actieplannen: "dan kopen we geen snoep in mei, want daar zit altijd plastic rond".


We zijn intussen vijf dagen bezig. Er is nog wel wat plastic in onze zak beland, maar dat komt dan doorgaans van producten die we nog in april kochten. Een doosje cashewnoten en een pakje kaas geraakten op, en een pot Griekse yoghurt van Pur Natur.


Wat deed ik intussen om ons verbruik te minimaliseren, behalve in de supermarkt kiezen voor een plasticvrije variant indien aanwezig en zelf stoffen zakjes meenemen?




- In Leuven ging ik een kijkje nemen bij Content. Ik had dat niet echt gepland, en had dus zelf geen potjes meegenomen. Ik kocht een glazen pot en vulde hem met cashewnoten (wij zijn thuis grootverbruikers van cashewnoten, en die worden in de supermarkten in onze buurt verkocht in plastic bakjes). Ik had gelukkig wel een stoffen zak bij, dus er konden nog wat groenten bij.



- Mijn dochters vinden het fijn als ik iets lekkers meeneem als ik hen van school ga halen. Vaak kies ik voor voorverpakte snacks, zoals bijvoorbeeld die van Ella's Kitchen. Deze week kocht ik losse koeken bij de Natuurwinkel en bij de patissier. Of ik vulde zelf doosjes met nootjes.

de artisanale prinskoeken van Stuckens zijn dus trouwens overheerlijk!


- Er gingen stoffen zakdoeken mee in de boekentassen. Ik gebruik dat wel vaker, maar grijp toch ook vaak naar papieren zakdoekjes. En die zitten natuurlijk weer in plastic verpakt.


- Ik stak wat dozen en potten in een boodschappentas en zette koers naar Herselt, naar de hoevewinkel van De Ploeg. Ze vulden mijn stapeldozen met kaas, ik kocht een glazen pot yoghurt en een glazen pot met artisanale paté. Voor die glazen potten werd bovendien statiegeld aangerekend, dus geen wegwerpglas. In het naar buiten gaan zag ik dat je ook glazen flessen met melk kan kopen. Ze verkopen er ook heerlijke volle yoghurt en platte kaas, maar die zit dan weer in plastic doosjes. Misschien moet ik gewoon eens vragen of dat ook in glas kan, of in mijn eigen bakjes.



- Onderweg naar huis passeerde ik een aardbeienkraampje. Ook hier vroeg ik of hij de aardbeien misschien in mijn eigen bakjes kon doen, en dat was geen probleem.




- Ik overtuigde mijn moeder om geen folie over het restje eten te trekken dat ze me wou meegeven. Ze had hiervoor minder begrip dan de aarbeienboer en de kaasboerin.


- Ik probeer zo min mogelijk natte doekjes te gebruiken bij het verschonen van de peuter. Wij zijn zeer tevreden gebruikers van Waterwipes maar het leek erop dat ik in de loop der tijd vergeten was dat je babybillen ook kan schoonvegen met herbruikbare babydoekjes of een washandje.


- Ik kocht azijn in een glazen fles. En ik werd daar een beetje nostalgisch van. Want die stond vroeger ook bij mijn mama onder het aanrecht, en ook bij mijn grootvader. En dat is intussen al meer dan dertig jaar geleden.

- Ik drink kraantjeswater. Ook op het werk, en dan echt kraantjeswater, niet uit de Sipwell. Want dat is uiteindelijk ook water verpakt in plastic flessen. Enorme plastic flessen, dus minder afval dan kleine flesjes, maar kraantjeswater is ook drinkbaar. En ik drink op het werk ook uit een glas: geen plastic bekertjes voor mij. De hele dag hetzelfde glas trouwens, waaruit ik ook thee of koffie drink.

Ik denk wel dat het ons gaat lukken een plasticverbruik drastisch terug te dringen. Hopelijk leren we een paar nieuwe goede gewoontes aan en leven we voortaan wat plastic-armer.


Maar ik heb nog wel een paar vragen in mijn hoofd. Puur praktische (zoals: kan ik bij De Ploeg ook volle yoghurt kopen in glazen potten?) maar ook over de kern van de zaak:


Is wegwerpglas duurzamer dan plastic? Pur Natur bijvoorbeeld, verkoopt sommige van de producten uit zijn assortiment in glazen potten die na gebruik de glasbak in moeten, en andere in grote plastic potten. Het is vrij dun plastic, verstevigd met een kartonnen koker, die je er makkelijk afhaalt door een geperforeerd strookje. Dat gaat dus gemakkelijk bij het papier, maar er blijft natuurlijk altijd wel die plastic pot over. Is dat minder duurzaam dan die glazen pot?


En natuurlijk ook wel jammer dat je kilometers moet doen om plasticvrij te kopen. Hoewel ik via Boeren & Buren ook aan het assortiment van De Ploeg kan. Maar dan niet in mijn eigen potjes. Dilemma's!


(En tussen het schrijven en het publiceren van dit bericht besloot ik om morgen een barbecue te doen en ging er iemand anders hiervoor boodschappen doen. Intussen ligt onze frigo dus weer vol plastic.)




Wie doet er nog mee met #meiplasticvrij? Gaat het je goed af? Nog extra tips? Ik hoor ze graag!




vrijdag 27 april 2018

Fresita voedt op: het continuüm concept



Tijdens mijn eerste zwangerschap kwam ik stap voor stap in contact met een manier van omgaan met jonge kinderen die gebaseerd is op een principe dat “het continuüm concept” wordt genoemd. Mijn vroedvrouwen overtuigden me van het belang van zo natuurlijk mogelijk bevallen, van borstvoeding, van draagdoeken en van samen slapen. Allemaal gewoontes die instinctief heel juist aanvoelden. Ze spraken mijn innerlijke blootvoetse hippie aan (die trouwens nooit echt ver weg is) maar ik zag niet meteen een verband tussen die verschillende dingen. 



Tot Sarah Timmermans me “het continuüm concept” leerde kennen. En dat concept is eigenlijk de logica zelve. Het is erop gericht om voor een baby de overgang tussen het leven binnen de baarmoeder naar erbuiten zo zacht mogelijk te laten verlopen. Om het continuüm te respecteren. Beeld je eens in hoe groot de schok moet zijn voor heel wat westerse baby’s. Na maandenlang ronddobberen in heerlijk warm water, met een constante toevoer van eten en drank, bescherming, gedempt licht, gedempte geluiden, word je met behulp van koud staal een zee van neonlicht in getrokken. Je wordt onderzocht door rubberen handen, wordt weggenomen van die ene stem die je al kende, er wordt een kunststof lap rond je billen gebonden en na hopelijk wat geknuffel met je mama en papa wordt je in een bakje van plexiglas gelegd zodat iedereen lekker kan slapen. Je wordt die eerste weken natuurlijk veel gedragen, hoewel je ook best veel alleen moet liggen: in je bed, in een kinderwagen, in een wiegje. Het lijkt misschien karikaturaal, maar ik ken heel wat mensen (inclusief mezelf) met een dergelijke start van het leven. En zijn wij daardoor getraumatiseerd? Het valt nogal mee denk ik. Maar anderzijds: het voelde voor mij zoveel juister om mijn kinderen in een zo intiem mogelijke sfeer op de wereld te zetten, met alleen Johan en twee vertrouwde vroedvrouwen erbij. In het gedempte licht van onze woonkamer. Om ze bij ons in bed te laten slapen tot ze zelf aangaven dat dat niet meer nodig was (dat gebeurde ongeveer toen ze anderhalf jaar waren). Om ze borstvoeding te geven, zoveel mogelijk op verzoek, ook tot ze zelf aangaven dat dat niet meer nodig was (ook op ongeveer anderhalf). Om ze zoveel mogelijk dicht bij me te houden, om ze niet in een kinderwagen te leggen maar ze in een draagdoek tegen me aan te houden. Er werd mij wel eens gezegd dat ik mezelf wel erg opofferde voor mijn kinderen. Maar volgens mij is dat ook iets instinctief. Mijn kinderen laten huilen in hun bed of ze al vroeg een nacht aan de zorgen van anderen overlaten zou mij zwaarder gevallen zijn. 

Intussen is de babyfase al een tijdje gepasseerd hier, tijd dus om enkele conclusies op tafel te gooien. Zijn mijn kinderen beter af dan veel van hun leeftijdsgenoten? Dat durf ik niet te stellen. Dat is allemaal ook nogal moeilijk te zeggen. Maar dat waar sommigen ons voor waarschuwden, is ook niet uitgekomen: onze meisjes zijn niet uitzonderlijk afhankelijk. Integendeel eigenlijk. Komt dat door onze continuüm-opvoeding? Wie zal het zeggen. 

Het continuüm concept werd voor het eerst beschreven door Jean Liedloff. Zij schreef in 1979 al haar boek “The Continuum Concept” (in het Nederlands vertaald onder de gruwelijke titel “Op zoek naar het verloren geluk”). Liedloff bracht enkele jaren door bij een Indianenstam in Zuid-Amerika, de Yequana. Ze ontdekte daar dat er daar op een heel andere manier met kinderen wordt omgegaan. Jonge baby’s worden altijd gedragen, maar staan toch niet in het middelpunt van de belangstelling zoals dat hier vaak wel het geval is. Ze zijn er gewoon altijd bij, terwijl de moeder zich bezighoudt met haar eigen activiteiten. Bij de Yequana komt dat grotendeels neer op “huishouden”, samen met de andere vrouwen uit de stam. Oudere kinderen gaan hun eigen gang, en zijn al op zeer jonge leeftijd uitermate zelfstandig. Er wordt zo weinig mogelijk ingegrepen in hun doen en laten. Ze worden niet op de vingers gekeken door ongeruste ouders die voortdurend “voorzichtig” roepen en hun kinderen zo veel mogelijk uit handen nemen. Kinderen slapen uiteraard samen met hun ouders, en bijna alles gebeurt op aangeven van het kind zelf. Het kind is niet het middelpunt van het gezin, maar is wel baas over zichzelf. 

Blijkbaar huilen Yequana-kinderen nooit, ook de baby’s niet. Ze maken nooit ruzie onderling. Ze kennen geen verlatingsangst, geldingsdrang of jaloezie en ze hangen niet aan de rokken van hun moeders. De moeite om een continuum-opvoeding te overwegen denk ik. Maar ik ben toch wel behoorlijk de mist in gegaan als dit het beoogde resultaat is. Er wordt bij ons thuis heel wat af gehuild, geschreeuwd en geruzied. 

Een belangrijke bedenking is natuurlijk wel deze: wij wonen niet in het oerwoud. Ik durf toch wel te stellen dat ons leven een pak complexer is dan dat van de Yequana. Onze kinderen moeten op tijd op school zijn, worden geacht beleefd te zijn, moeten zich aan tegen-intuïtieve verkeersregels houden en worden uit noodzaak op zeer jonge leeftijd overgelaten aan de zorgen van anderen dan de ouders. Als je erover nadenkt, houdt dat wel steek: hoeveel opvoedkundige conflicten ontstaan niet uit het feit dat wij onze koters dwingen zich aan te passen aan een volstrekt onnatuurlijke levensstijl? Ze moeten opstaan voor ze vanzelf wakker worden, ze moeten zich haasten om op tijd op school te zijn, ze moeten niet te veel lawaai maken om onze buren niet te erg te bruuskeren, ze moeten kleren dragen, ze moeten eten op tijdstippen die wij voor hen kiezen, ze moeten oppassen voor auto's… dan mag je nog zo goed je best doen om er een “natuurlijke opvoeding” op na te houden: ze moeten meedraaien in de mallemolen van onze westerse samenleving.

Het boek van Jean Liedloff is een interessant naslagwerk. Ik zou het aanraden aan iedereen die een baby op te voeden heeft. Als je kinderen al wat groter zijn en je hebt het heel anders aangepakt, bestaat de kans dat dit boek je met een gigantisch schuldgevoel opzadelt, waarvan ik betwijfel of het terecht is. Hoewel het je misschien wel kan helpen bepaalde gedragingen van je kind te begrijpen: wie als pasgeborene een basisrecht ontzegd werd, kan daar natuurlijk wel één of andere frustratie aan overhouden. Misschien helpt het je wel jezelf een beetje beter te begrijpen. 

Ik denk wel dat het belangrijk is het boek met een korreltje zout te nemen. Bedenk vooral: het werd geschreven in 1979. Op sommige vlakken zijn er nieuwe wetenschappelijke inzichten. Toch viel mijn mond open van verbazing toen ik las dat homoseksualiteit een "afwijking" zou kunnen zijn die het gevolg is van het doorbreken van het continuüm. Dit is de meest extreme flater die Liedloff mijns inziens slaat, hier en daar fronste ik nog een wenkbrauw maar toch is dit een belangrijk boek. Misschien is het wel tijd voor een nieuwe herziening. 

Wat haal ik nu praktisch uit dit boek? Het concept is vooral van belang tijdens de eerste periode na de geboorte van je kind, maar ook op latere leeftijd kan je er nog wat mee. 

Ik distilleer een lijstje van tien tips om je kind op te voeden volgens het continuüm concept:

1) Laat je kind bij je slapen. Ook op latere leeftijd kan dat veel geborgenheid bieden voor je kind. Wij doen het niet consequent, maar als ze het willen, mogen ze bij ons. En voor wie het zich afvraagt: dat is niet elke nacht het geval. Ze vinden het ook best fijn om in hun eigen bed te slapen.





2) Geef je kind altijd lichamelijke affectie als het daarnaar vraagt. Knuffelen, vasthouden, op schoot... Hoe meer je hierin investeert op jonge leeftijd, hoe onafhankelijker ze geleidelijk aan van je worden.




3) Investeer in een draagdoek of ergonomische draagzak en leer hem goed te gebruiken. Zo kan je je kind lichamelijke affectie geven door het vast te houden terwijl jij je eigen ding doet. Huishouden, wandelen, hobby's... in het ideale geval zelfs je werk. Zo leert een kind ook veel over het leven. Zet je kind zo min mogelijk neer. 






4) Vertrouw je kind. Ongelukken zijn eigenlijk eerder uitzonderlijk. Liedloff beschrijft een situatie waarin een Yequana-peuter op de rand van een diepe put speelt, maar er niet in valt. Dieren doen dat ook niet, in een ravijn vallen. Yequana-ouders zijn er blijkbaar erg gerust op dat hun kinderen zichzelf niet in de vernieling zullen storten. Ongerustheid is namelijk wat men noemt een "self fulfilling prophecy": als je je kind voortdurend waarschuwt dat hij gaat vallen, dan gelooft hij dat op den duur zelf, en dan valt hij uiteindelijk ook.

5) Laat je kind op eigen initiatief meehelpen in het huishouden en andere taken. Kinderen doen graag volwassenen na. Geef ze die kans, maar zonder hen in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen. Doorgaans zijn ze het taakje na enkele minuten ook weer beu. Laat ze ook dan hun weg gaan.




6) Zorg zo veel mogelijk zelf voor je kind op prille leeftijd. Te vroeg de band verbreken tussen moeder en kind is een drastische breuk van het continuüm.

7) Sluit je als prille moeder niet op in je huis met je kinderen. Doe zoveel mogelijk samen met anderen, liefst ook gezinnen met kinderen. En niet alleen samen naar de speeltuin: je kan eigenlijk evengoed samen je huishoudelijk werk doen. Eerst het ene huis samen poetsen, daarna het andere. Of samen koken en eten. 

8) "Leef voor". Gedraag je zoals je wil dat je kinderen zich zullen gedragen. Kinderen luisteren niet, kinderen imiteren. 

9) Wees zuinig met complimentjes. Als je je kind looft omdat het beleefd is, krijgt dat kind het gevoel dat dit "uitzonderlijk" gedrag is.

10) Geef borstvoeding op verzoek. En blijf dat zo lang mogelijk en zo veel mogelijk doen. 




"Op zoek naar het verborgen geluk" van Jean Liedloff is uitgegeven bij Panta Rhei.

donderdag 12 april 2018

Uit met de mini's: Het Gallo-Romeins museum in Tongeren

Een grote aanrader voor de laatste dagen van de paasvakantie: rep je naar Tongeren voor een portie geschiedenis: leerrijk voor jezelf en het nageslacht. Nog tot en met zondag zijn er in het Gallo-Romeins Museum namelijk supergidsen aan het werk, die je in elke zaal tot in de puntjes kunnen vertellen hoe de Neanderthalers vuur maakten, hoe de Galliërs ten strijde trokken en hoe de Romeinen zich nu precies wasten.








Er valt op elke afdeling iets fijns te spelen of te knutselen (jezelf beschilderen met oker, een kommetje van klei maken of een stukje mozaïek maken met stickertjes). De gidsen leveren schitterend werk en boeien zonder problemen een groepje kinderen tussen 4 en 12 jaar. Er zijn bovendien toffe interactieve tekenfilmpjes en er valt ook nog wat te proeven!





Jackie was dolenthousiast. En ja, de Supergids van de Romeinen was onze favoriet ;-) Super gedaan Joke!

Fresita kookt: aspergetaart met comté

Joehoe, het is nu écht wel lente (vandaag wel weer wat minder, maar toch: zonnige dagen zijn al geen uitzondering meer), dus het picknickseizoen is officieel begonnen!

Picknicken (of zoals Jackie zeer rationeel zegt "eten op een deken in het gras") is één van onze favoriete zomerbezigheden. Zodra het even kan eet ik graag buiten, en hoewel het vaak een behoorlijke volksverhuis is, blijf ik het toch een meerwaarde vinden om dat op locatie te doen.



Het fijne kookboekje "Picknick - de lekkerste gerechten en snacks om mee te nemen" van Suzy Ashford biedt heel wat inspiratie voor de ietwat luxueuzere picknickgerechten, die trouwens ook uitstekend thuis aan de keukentafel te eten zijn. Zeker ideaal voor een brunch, omdat het allemaal gerechten zijn die je even op voorhand kunt maken.

Wij kozen voor de aspergetaart met comtékaas. Meneer Fresita en ik zijn grote aspergeliefhebbers, vooral de witte. Deze taart is met groene asperges en ook erg lekker. De kinderen waren in een weerspannige bui en hebben niet echt willen proeven, hoewel ik in principe denk dat zij (en veel andere kinderen) dit wel zouden lusten: het is een taart met een heerlijke bodem van boterdeeg, gevuld met room, mozzarella en comtékaas. En groene asperges dus.


foto uit het boek

Het recept: 

benodigdheden voor 4 tot 6 personen
  • 250 ml double cream (als je 80 ml mascarpone luchtig klopt en daar al mixend 170 ml slagroom aan toevoegt, krijg je iets gelijkaardigs)
  • 3 eieren, losgeklopt
  • 1 theelepel mosterd
  • 50g comté of een gruyère-achtige kaas, geraspt
  • snuf zeezout
  • 2 bundels groene asperges (ongeveer 24 stuks), houtachtige uiteinden verwijderd
voor het deeg:
  • 225 g bloem plus extra voor het bestuiven
  • 120 g koude bouter in kleine blokjes
  • 1 eidooier, gemengd met 1 theelepel koud water
  • gesmolten boter om je vorm in te vetten
werkwijze
  • Zeef de bloem boven een schoon werkblad. Hussel en wrijf de stukjes koude boter er doorheen. Er mogen stukjes zichtbaar blijven. Maak een kuiltje in het midden en schenk hierin de eidooier. Meng alles tot een glad deeg, kneed tot het soepel is.
  • Maak een dikke, platte schijf van het deeg en verpak ze in plastic folie. Leg het 30 minuten in de koelkast.
  • Vet een rechthoekige taartvorm (35 x 12 cm) in met gesmolten boter.
  • Bestuif het werkblad met bloem. Rol het deeg uit tot een rechthoek met een dikte van 0,5 cm. Bekleed er de taartvorm mee. Laat het deeg een stukje boven de rand uitsteken: het krimpt nog tijdens het bakken.
  • Zet de met deeg gevulde taartvorm 20 minuten in de koelkast. Verwarm de oven voor tot 180°C. 
  • Bedek de deegboden met bakpapier en vul hem met bakbonen (of gedroogde bonen of rijst). Bak hem zo 15 minuten. Verwijder daarna de bonen en het bakpapier en bak nog eens 5 minuten. Haal de taartbodem uit de oven en verlaag de oventemperatuur naar 160°C.
  • Klop in den mengkom room, eieren, mosterd, kaas en zeezout dor elkaar.
  • Leg de asperges in een hittebestendige kom, schenk er zo veel koken water over dat ze net onderstaan en blancheer ze zo 20 seconden. Giet het water af en spel de asperges onder de kraan. Laat goed uitlekken. Schik ze in de taartvorm en schenk er het room-eiermengsel over.
  • Bak de taart 45 minuten, of tot de bovenkant van de vulling lichtbruin en net stevig is. Haal uit de oven en laat afkoelen in de vorm. Serveer warm of op kamertemperatuur.

Mijn bevindingen:
- ik had bijna het dubbele aantal asperges en heb ze allemaal gebruikt
- ik heb een vierkante taartvorm, van ongeveer 25 op 25 cm denk ik, dat lukte ook
- mijn deeg vormde voor het bakken geen samenhangende lap. Ik heb de vorm dus in stukjes bekleed. Misschien liep het mis omdat ik vergat de eidooier te mengen met koud water? Het deeg was overigens wel erg lekker.
- ik bekleed mijn bakvorm liever met bakpapier dan dat ik hem invet met boter. Dat is gemakkelijker om je taart uit de vorm te halen.
- om tijd te winnen kan je vast ook kant-en-klaar deeg gebruiken. Maar ik denk niet dat het zo lekker zou zijn als dit.
- Het is heerlijk, maar je hebt er snel je buik van vol. De vulling is behoorlijk zwaar. Dus ik zou eerder zeggen dat het voor 6 personen is dan voor vier. Maar ik heb dan ook veel meer asperges gebruikt dan in het recept aangegeven.
- asperges moeten kraakvers zijn. Als je ze koopt, probeer ze dan dezelfde dag nog klaar te maken. Anders worden ze houtachtig. 


Het boek "Picknick - de lekkerste gerechten en snacks om mee te nemen" van Suzy Ashford is uitgegeven bij BECHT en bevat meer dan 30 eenvoudige recepten om jouw picknickuitje net dat beetje extra te geven.