donderdag 10 maart 2011

De Fienen

Heerlijk toch, zo'n hecht groepje madammen die om de zoveel weken eens afspreken, meestal om te eten, soms om alleen te drinken, of te dansen, of te wandelen, soms met kinderen, soms met mannen, soms met mannen én kinderen maar toch ook vaak genoeg alleen de madammen... en altijd om te babbelen. Heel veel babbelen. Meestal met meer dan één tegelijk. Heel vaak een beetje te luid. Steevast met een lach, per uitzondering ook eens met een traan. De Fienen noem ik ze. Maar dat is niet officieel gemaakt, ik denk dat ik de enige ben die ons zo noemt. Ten huize Fresita was er namelijk behoefte aan een onderscheid. Want vreemd genoeg zijn wij ook heel close met nog zo'n soortgelijk collectief. En die heten de Miekes. Wel officieel, zo noemen ze zichzelf en elkaar ook. Ik ben geen Mieke, eigenlijk is Meneer Fresita veeleer een Mieke. Hoewel niet echt, ik veronderstel omwege van zijn mannelijkheid. Maar met de Miekes gaan wij al eens op congé. En op café. En ik ken de Miekes nu bijna zo lang als ik meneer ken, een paar jaar dus. En met veel plezier. Maar de Fienen, die ken ik al veel langer. Wij kennen elkaar van bij de scouts. Allemaal. Maar wat zo gek is, is dat we, toen we nog scoutsmeisjes waren, eigenlijk helemaal niet bij elkaar hoorden. We waren wel vriendinnen, maar er waren ook nog veel andere mensen. 't Was toen ook helemaal niet nodig om dat af te bakenen, bijvoorbeeld al omdat we gewoon nooit moesten afspreken. We woonden allemaal in 't zelfde dorp, zaten te pas en te onpas in 't scoutslokaal en als we daar niet zaten, zaten we doorgaans in 't zelfde café. En als je in een dorp als het onze woont, zijn er op weekendavonden ook geen honderd fuiven waaruit je moet kiezen. Dus we schuimden samen de scouts- en chirofuiven van alle omliggende dorpen af. Maar ineens stopt dat hè. Ineens kom je elkaar niet meer vanzelf tegen, en dan moet je afspreken. Ik heb me daar nog een tijdje tegen verzet: daar was ik nog niet klaar voor. Ik kon het niet echt verkroppen dat we elkaar niet meer vanzelf tegenkwamen, aan de toog of op de dansvloer. Koken voor vriendinnen en klagen over lieven, dat was niet aan mij besteed. Maar plots dan zwicht je toch, en dat heb ik me nog niet beklaagd. Want het is nu eenmaal niet anders hè. Van de acht Fienen wonen er nog maar twee in dat dorp. Drie wonen er niet zo ver vandaan. Twee wonen er een beetje verder vandaan en ééntje nog wat verder. En die laatste ben ik - Brussel is best wel ver van het dorp. Maar dat valt ook wel mee. Amper een uur nadat ik gisteren afscheid nam, lag ik al in mijn Brusselse bed. Dus daar moet ik het niet voor laten. Want wat kijk ik er elke keer weer naar uit.



En neen, wij zijn geen pijprokers. Maar voor ne foto mag ne mens al eens zot doen. Deze foto is trouwens al een jaar oud. Sommigen van ons zien er intussen alweer een beetje anders uit. Een fien gaat al eens graag naar de coiffeur. Drie van ons hebben op dat jaar tijd een kind gekregen. Alledrie een meisje. Mira, Louise en Billie. Schoon hè. We hadden nog niet zoveel meisjes; alleen Ella en Fien (en dat is dan de enige échte Fien). De jongens waren tot voor kort een pak beter vertegenwoordigd, met Theo, Otto, Felix, Leon en Bas. Maar nu is het dus eerlijk verdeeld, vijf tegen vijf. (benieuwd wanneer en door wie het evenwicht verstoord zal worden.)

3 opmerkingen:

  1. Zo herkenbaar. Ik heb ook Miekes en Fienen, maar ze heten natuurlijk niet zo.
    Wij zijn nogal gelukzakskes he.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Echte gelukzakskes :-) Ik kus mijn beide pollekes dat ik omringd mag worden door zo'n bende klassebakken :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hihi, ik zie een bekend gezichtje :-)
    De wereld kan toch klein zijn :-)

    BeantwoordenVerwijderen